BPM wijziging maakt auto’s fors duurder, ook voor oudere auto’s!

Gepubliceerd op: 30 november 2020

BPM wijziging maakt auto’s fors duurder, ook voor oudere auto’s!

De Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) gaat per 1 januari 2021 weer fors omhoog. De BPM wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot in gram per kilometer. Hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de belasting. Er zijn diverse momenten waarop de BPM berekend moet worden. De eerste en meest bekende is als een auto of motor op kenteken wordt gezet. Maar ook wanneer een bestelauto omgebouwd wordt tot personenauto moet BPM berekend worden. Datzelfde geldt wanneer je niet meer voldoet aan de regeling voor ondernemers, gehandicapten, taxivervoer of openbaar vervoer. Ook auto’s of motoren met een buitenlands kenteken die in Nederland gebruikt, geleend, gehuurd of geleaset worden vallen onder de BPM.

Nieuwe auto’s

Veel nieuwe auto’s stoten minder CO2 uit. Dat geldt vooral voor de kleinere auto’s. Dat is mooi, hoor ik u zeggen. Dan betaal ik ook minder BPM. Helaas dacht men er in Den Haag niet zo over. De tarieven van de BPM stijgen in 2021 dan ook fors. En dan vooral bij de kleinere auto’s. Voor een Volkswagen Up!, KIA Rio of een Opel Astra betaalt u vanaf 1 januari 2021 al gauw 35% meer BPM! Dat betekent dat de prijzen van die categorie auto’s door de BPM met circa 700 euro omhoog gaan. Vreemd genoeg stijgt de BPM voor de wat grotere auto’s minder fors. Daar ligt de stijging rond 18%. Dat is een vreemde ontwikkeling maar wel verklaarbaar. In deze corona-tijd heeft het kabinet gewoonweg geld nodig. En omdat kleine auto’s populair zijn, brengt een verhoging van de BPM uiteraard ook meer geld op. Daarnaast is ook de elektrische auto volop in ontwikkeling. Deze stoot geen CO2 uit en valt dus niet onder de BPM. Deze auto’s zijn echter nog wel veel duurder dan de traditionele auto’s op brandstof.

Moment van vaststellen BPM

Behalve de stijging van de tarieven gaat er nog iets veranderen onder de BPM. Dat is namelijk het moment dat BPM verschuldigd is. Deze verandering zal of 1 juli 2021 of een half jaar later ingaan. 

Momenteel wordt de BPM vastgesteld en betaald op het moment dat het kenteken te naam gesteld wordt. Hoewel het één handeling lijkt, zijn het er twee. Eerst wordt het motorvoertuig geregistreerd in het kentekenregister en daarna wordt het kenteken op naam gezet van de koper. Pas in die tweede fase moet de BPM afgedragen worden. Dat is meestal ook het moment dat de koper de auto betaalt. Feitelijk schiet de garagehouder de BPM voor en krijgt dat bedrag dezelfde dag nog terug. De garagehouder zal vanuit zijn beroep regelmatig voor een ander de tenaamstelling regelen. Hij mag dan de BPM per tijdvak betalen. Per saldo zal de garagehouder dus niet vooraf maar achteraf betalen. Niet de garagehouder schiet de BPM voor maar de koper van het motorvoertuig.

Deze wijze van afdracht van de BPM gaat veranderen. De BPM moet in de toekomst namelijk niet bij de tenaamstelling afgedragen worden maar bij eerste registratie. Omdat beide momenten meestal gelijktijdig plaatsvinden, zal het verschil op het eerste oog niet veel uitmaken. Anders wordt dat bij de bekende eindejaar acties. De auto’s worden alvast op kenteken gezet voordat ze verkocht worden. Zo profiteert u van een mogelijk lagere bijtelling. De tenaamstelling van de auto’s gebeurt dan op het moment van verkoop. Dat tijdstip ligt in de regel één of twee maanden later. Onder de nieuwe wetgeving moet de BPM op het moment van kentekenregistratie al betaald worden en dat ligt in dit voorbeeld dus ook één of twee maanden eerder. Als het tijdvak van betalen van de BPM voor de garagehouder een maand is, betekent dit dat de garagehouder veelal wel de BPM moet voorschieten. Dit kan een behoorlijke aanslag op de liquiditeit van de garagehouder betekenen.

Gevolgen oude auto’s

Maar er is meer aan de hand. Stel nu dat u een liefhebber van oude auto’s bent? Als een youngtimer (of tweedehands auto) wordt ingevoerd, zal er veelal nog aan gesleuteld moeten worden om de auto weer rijvaardig de weg op te krijgen. Het kan zomaar een jaar duren voordat de auto helemaal rijklaar is. Gebruikte auto’s moeten echter bij import geregistreerd worden zodat de RDW de identiteit van het voertuig kan onderzoeken.

Als nu volgens de nieuwe regelgeving de BPM al bij die eerste registratie betaald moet worden, ligt het tarief van de BPM ook hoger. Immers hoe ouder de auto is, hoe meer de BPM afneemt. Dat volgt uit het systeem van de berekening van de BPM. De youngtimer zal dus duurder worden door de hogere BPM maar ook zal de BPM eerder betaald moeten worden. Voor bedrijven die handelen in youngtimers een extra financieel probleem!


Terug naar overzicht

Onze nieuwsbrief