Auto van de zaak, wanneer wel en wanneer niet?

Gepubliceerd op: 25 januari 2021

Auto van de zaak, wanneer wel en wanneer niet?

Als IB-ondernemer heb je de keuze om vermogensbestanddelen, die zowel zakelijk als privé gebruikt worden (zogenaamd “keuzevermogen”), of tot het privévermogen of tot het zakelijk vermogen te laten behoren. Die keuze is dus aan de ondernemer en niet aan de inspecteur. Heb je dan de volledige vrijheid hierover? Dat dacht een zelfstandige keukenmonteur wel, maar er zijn randvoorwaarden. Wat was het geval?

Situatie

De keukenmonteur was in het bezit van twee auto’s: een bestelauto en een leaseauto. De leaseauto werd door de keukenmonteur eveneens gerekend tot het bedrijfsvermogen. Met deze auto werd in 2015 circa 22.000 kilometer gereden, waarvan, volgens de keukenmonteur, 2.379 kilometers zakelijk. De keukenmonteur hield geen kilometerregistratie bij.

De inspecteur was echter van mening dat een herstelklus, waarbij 509 kilometer werd gereden met de leaseauto, onmogelijk met die leaseauto gereden kon zijn. Bij deze service moest een aanrecht gerepareerd worden en daarvoor was zoveel materiaal nodig dat die nooit in de leaseauto van de keukenmonteur kon passen. De inspecteur schrapte deze kilometers. Daarmee werden de totaal aantal zakelijk gereden kilometers minder dan 2.200 (minder dan 10% van het totaal).

De zelfstandige keukenmonteur was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter.

Geschil

De vraag in deze casus is: waar ligt nu de grens bij keuzevermogen? Heeft de ondernemer volledig vrije keuze bij deze beslissing? Of zijn hier grenzen aan verbonden en, zo ja, welke?

Uitspraak Rechtbank

De Rechtbank geeft de man gelijk. De Hoge Raad, zo stelde de Rechtbank, heeft in zijn uitspraak van 14 maart 2001 voor de bepaling of een auto tot het verplicht zakelijk vermogen hoort, expliciet aangesloten bij het bijtellingsforfait. Indien je 1.000 kilometers (thans 500 km) of minder privé rijdt, dan is de auto geen keuzevermogen meer maar verplicht ondernemingsvermogen. Dat is een absolute grens, volgens de Rechtbank. In deze situatie zijn meer dan 500 kilometers zakelijk gereden en dus behoort de auto tot het keuzevermogen en kan de ondernemer de auto tot het ondernemersvermogen rekenen.

De inspecteur is het hier niet mee eens en gaat in beroep bij het Hof.

Uitspraak Hof

Het Hof stelt dat in beginsel de keuze van de ondernemer beslissend is of vermogensbestanddelen, die zowel privé als zakelijk aangewend worden, tot het ondernemings- of privévermogen behoren tenzij de grenzen van de redelijkheid worden overschreven. De hoofdregel daarbij is dat een vermogensbestanddeel verplicht tot het privévermogen hoort indien deze voor minder dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Er is dus dan geen sprake meer van keuzevermogen.

Daarnaast verwijst het Hof naar de uitspraak van de Hoge Raad van 14 maart 2001. In die uitspraak stelt de Hoge Raad dat, indien de ondernemer minder dan 1.000 kilometer privé rijdt, de auto verplicht tot het ondernemersvermogen hoort. Deze uitspraak refereert nog naar de oude wet inkomstenbelasting. In de huidige wet inkomstenbelasting ligt de grens bij 500 kilometer.

Het arrest van de Hoge Raad verwijst echter naar gering privégebruik van de auto, die tot het keuzevermogen hoort. De Hoge Raad sluit in dit geval aan bij artikel 3.20 van de wet inkomstenbelasting, ‘beperkt privégebruik auto’: als de auto voor minder dan 500 kilometer privé wordt gebruikt, behoort de auto tot het verplicht ondernemersvermogen.

In deze situatie is - wat dit arrest van de Hoge Raad betreft - precies het omgekeerde het geval. De auto wordt gerekend tot het ondernemersvermogen terwijl de inspecteur stelt dat de auto verplicht tot het privévermogen hoort. Geldt omgekeerd de 500 kilometergrens ook? Nee, zegt het Hof. De situatie van gering privé gebruik is immers niet hetzelfde als gering zakelijk gebruik. Ook uit de stukken van de behandeling van dit wetsartikel blijkt uit niets dat het omgekeerde ook bedoeld werd. Het Hof stelt dus dat gekeken moet worden naar het gebruik van de auto om te bepalen of deze niet verplicht privévermogen is. Bepalend daarbij is de grens van 10%.

Er is in 2015 22.000 kilometer gereden met de auto. Dat staat niet ter discussie. De grens ligt dan bij 2.200 kilometer. Omdat de ondernemer, die dus geen kilometeradministratie bijhield, niet aannemelijk kon maken dat hij meer dan 2.200 zakelijke kilometers met de auto gereden had, behoorde de auto tot het verplichte privévermogen. Hij had geen keuze om de auto tot het ondernemingsvermogen te rekenen.

Conclusie

Uit deze uitspraak van het Hof kan opgemaakt worden dat voor alle vermogensbestanddelen het gebruik bepalend is of deze tot het privévermogen dan wel tot het ondernemersvermogen behoren. De ondergrens van 10% zakelijk gebruik is daarbij bepalend. Bij gebruik van minder dan 10% behoort het vermogensbestanddeel tot het verplichte privévermogen. Een kilometeradministratie is niet verplicht maar wel erg prettig om het gebruik van de auto te kunnen aantonen. Zorg in een situatie dat u uw zakenauto veel privé gebruikt, u in ieder geval voldoende zakelijke kilometers maakt. 

Terug naar overzicht

Onze nieuwsbrief